Тестування
Vraag 1 / 20
Familie
A1
Kijk naar de stamboom. Wie is de man bovenaan?
A
De zoon
B
De opa
C
De neef
D
De kleinzoon
Vraag 2 / 20
Familie
A1
Wat is "geboorte"?
A
Het einde van het leven
B
Het moment dat een baby ter wereld komt
C
Gaan trouwen
D
Jarig zijn
Vraag 3 / 20
Familie
A1
Wat is "kleinkind"?
A
Маленька дитина
B
Онук або онука
C
Племінник
D
Сусід
Vraag 4 / 20
Familie
A1
Wie is de dochter van je ouders?
A
Mijn tante
B
Mijn nicht
C
Mijn zus
D
Mijn opa
Vraag 5 / 20
Familie
A1
Wie is "opa"?
A
Vader van vader of moeder
B
Broer van vader
C
Zoon
D
Oom
Vraag 6 / 20
Familie
A1
Wie zie je op de foto?
A
Een opa
B
Een baby
C
Een tante
D
Een zwager
Vraag 7 / 20
Familie
A1
Wie є "zus"?
A
Vrouwelijk kind van dezelfde ouders
B
Broer
C
Tante
D
Nicht
Vraag 8 / 20
Familie
A1
Hoe noem je een mannelijk kleinkind?
A
De kleindochter
B
De kleinzoon
C
De neef
D
De broer
Vraag 9 / 20
Familie
A1
Wie is de zoon van je ouders?
A
Mijn zus
B
Mijn broer
C
Mijn oom
D
Mijn neef
Vraag 10 / 20
Familie
A1
Wat is een "stamboom"?
A
Een boom in de tuin
B
Een overzicht van je familiegeschiedenis
C
Een type plant
D
Een bos
Vraag 11 / 20
Familie
A1
Hoe noem je opa en oma samen?
A
De ouders
B
De grootouders
C
De tantes
D
De broers
Vraag 12 / 20
Familie
A1
Wie is je "partner"?
A
Je vijand
B
De persoon met wie je een liefdesrelatie hebt
C
Je leraar
D
Je dokter
Vraag 13 / 20
Familie
A1
Wat betekent "getrouwd"?
A
Vrijgezel zijn
B
Een officieel huwelijk hebben
C
Alleen wonen
D
Geen kinderen hebben
Vraag 14 / 20
Familie
A1
Wat is "overgrootmoeder"?
A
De moeder van je opa of oma
B
De moeder van je moeder
C
Je tante
D
Je nicht
Vraag 15 / 20
Familie
A1
Hoe noem je de zoon van je zus?
A
Mijn oom
B
Mijn neef
C
Mijn broer
D
Mijn opa
Vraag 16 / 20
Familie
A1
Wie zijn "grootouders"?
A
Vader en moeder
B
Opa en oma
C
Ooms en tantes
D
Broers en zussen
Vraag 17 / 20
Familie
A1
Wat is "geboren"?
A
Умерти
B
Народитися
C
Одружитися
D
Вчитися
Vraag 18 / 20
Familie
A1
Wat zijn "ouders"?
A
Opa en oma
B
Vader en moeder
C
Broer en zus
D
Oom en tante
Vraag 19 / 20
Familie
A1
Hoe noem je een jongen die dezelfde ouders heeft als jij?
A
Mijn neef
B
Mijn broer
C
Mijn vader
D
Mijn oom
Vraag 20 / 20
Familie
A1
Wie is de "echtgenote"?
A
De vrouw (in een huwelijk)
B
De man
C
De dochter
D
De lerares
🏆
Resultaten
0
/
20