Тестування
Vraag 1 / 20
Verkeer
A1
Welke kleur heeft een stopbord?
A
Blauw
B
Rood
C
Groen
D
Geel
Vraag 2 / 20
Wonen en Buren
A1
Wat gebruik je om de deur open te maken?
A
Een raam
B
Een sleutel
C
Een stoel
D
Een lamp
Vraag 3 / 20
Wonen en Buren
A1
Waar staat de "koelkast"?
A
In de badkamer
B
In de keuken
C
Op de trap
D
In de slaapkamer
Vraag 4 / 20
Wonen en Buren
A1
Waar staat het fornuis?
A
In de badkamer
B
In de keuken
C
In de slaapkamer
D
In de gang
Vraag 5 / 20
Onderwijs en Kinderen
A1
Wat is een "rugzak"?
A
Een tafel
B
Een tas voor schoolspullen op je rug
C
Een jas
D
Een fiets
Vraag 6 / 20
Rekenen en Cijfers
A1
Wat is "min"?
A
Optellen
B
Aftrekken
C
Vermenigvuldigen
D
Niets
Vraag 7 / 20
Eten en Drinken
A1
Wat is "melk"?
A
Zwart
B
Wit en komt van een koe
C
Rood
D
Geel
Vraag 8 / 20
Gezondheid
A1
Wat is "koorts"?
A
Als je het koud hebt
B
Als je lichaamstemperatuur te hoog is
C
Als je honger hebt
D
Als je moe bent
Vraag 9 / 20
Dagelijkse handelingen
A1
Wat doe je als je honger hebt?
A
Slapen
B
Eten
C
Drinken
D
Lopen
Vraag 10 / 20
Wonen
A1
Wat zie je hier?
A
Een flat
B
Een huis
C
Een kantoor
D
Een school
Vraag 11 / 20
Familie
A1
Wie is je "partner"?
A
Je vijand
B
De persoon met wie je een liefdesrelatie hebt
C
Je leraar
D
Je dokter
Vraag 12 / 20
Wonen en Buren
A1
Wat gebruik je om de gordijnen dicht te doen?
A
Een hamer
B
Je handen
C
De stofzuiger
D
De oven
Vraag 13 / 20
Gezondheid
A1
Waar koop je pleisters en paracetamol?
A
Bij de bakker
B
Bij de drogist
C
Bij de garage
D
Bij de bioscoop
Vraag 14 / 20
Onderwijs en Kinderen
A1
Wat gebruik je om te schrijven?
A
Een gum
B
Een pen
C
Een schaar
D
Een liniaal
Vraag 15 / 20
Wonen en Buren
A1
Waar was je de borden en glazen?
A
In de badkamer
B
In de keuken
C
In de slaapkamer
D
In de gang
Vraag 16 / 20
Wonen en Buren
A1
Waar staat de koelkast?
A
In de slaapkamer
B
In de keuken
C
Op het toilet
D
In de tuin
Vraag 17 / 20
Sociaal en Cultuur
A1
Wie is je "dochter"?
A
Je zoon
B
Je vrouwelijke kind
C
Je zus
D
Je oma
Vraag 18 / 20
Familie
A1
Wat is "voornaam"?
A
Achternaam
B
De naam die je ouders je gaven (bijv. Jan)
C
Naam van de straat
D
Naam van de stad
Vraag 19 / 20
Onderwijs en Kinderen
A1
Hoe noem je de school voor kinderen van 4 tot 12 jaar?
A
De universiteit
B
De basisschool
C
De kinderopvang
D
De middelbare school
Vraag 20 / 20
Eten en Drinken
A1
Wat is een typisch Nederlands drankje?
A
Koffie
B
Melk
C
Thee
D
Alle drie
🏆
Resultaten
0
/
20